De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Ramsodit (GroenLinks-PvdA), toe het vraagstuk van tijdelijke arbeidsinzet als gevolg van tijdelijke financiering en subsidiestromen aan de orde te stellen in het sociaal overleg, binnen het kabinet en bij medeoverheden, met als doel meer rust en stabiliteit in arbeidsrelaties te bevorderen.
| Nummer | T04279 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 7 juli 2026 |
| Deadline | 1 januari 2027 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid |
| Kamerleden | mr. dr. A. Ramsodit (PRO) |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | flexwerkers projectfinanciering sociaal overleg subsidies tijdelijke contracten |
| Kamerstukken | Wet meer zekerheid flexwerkers (36.746) |
Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 3.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
(…)
Voorzitter. Tot slot de rol van de overheid zelf. De overheid kan werkgevers stimuleren om duurzamere arbeidsrelaties aan te gaan, maar dan moet zij ook kritisch kijken naar haar eigen handelen als het gaat om tijdelijke inzet van mensen. Tijdelijke subsidies, tijdelijke projectfinanciering en kortlopende opdrachten kunnen onzekerheid in de arbeidsrelatie in stand houden. Dat zien we bijvoorbeeld in delen van cultuursector. Daar is de inzet van mensen nog te vaak afhankelijk van tijdelijke financiering. Maar het speelt breder. Ook bij inhuur, aanbesteding en opdrachten voor schoonmaak, beheer van openbare ruimte, infrastructuur en andere publieke diensten speelt een overdaad van tijdelijkheid. Wie meer werkzekerheid wil bevorderen, moet dus niet alleen regels stellen aan werkgevers. De overheid moet ook haar eigen werkgeverschap, opdrachtgeverschap en financiering daarop inrichten. Kan de minister hierop reflecteren en wil hij daarbij ook ingaan op de rol van het Rijk richting medeoverheden en andere overheidsorganisaties?
Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 28.
Minister Vijlbrief:
(…)
Ten slotte had mevrouw Ramsodit nog een vraag over subsidiestromen van het Rijk en projectfinanciering: in hoeverre werkt dat nou door in de arbeidsrelatie? Ik vind het belangrijk dat de overheid rust brengt in de subsidiestromen en projectfinanciering. Er is ook een traject in gang gezet — dat is een voorbeeld — waarmee per 2029 de culturele rijkssubsidies voor maximaal acht jaar kunnen worden verstrekt, zodat er meer rust komt. Maar als mevrouw Ramsodit dat waardeert, ben ik bereid om het gesprek aan te gaan met collega's om ervoor te zorgen dat er meer rust, orde en reinheid komt.
Handelingen I, 2025/2026, nr. 39, item 2, p. 28.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Daar kijken we naar uit. Het andere punt was het toepassen van deze wet door de Rijksoverheid, medeoverheden en overheidsorganisaties. U zegt: ik ben bereid mijn collega's te betrekken in het realiseren van de kaders van deze wet. Is dat ook zo als het gaat om medeoverheden en overheidsorganisaties? Die reikwijdte van het werkgeverschap gaat namelijk ook hen aan.
Minister Vijlbrief:
Dat is prima, alleen moet ik mezelf nu even niet overstretchen. Het punt dat mevrouw Ramsodit probeerde te maken, dacht ik, was: soms is de manier waarop subsidies of geldstromen gaan bepalend voor het feit dat er heel veel met uitzendkrachten wordt gewerkt; kun je proberen dat te voorkomen? Daarop heb ik gezegd: ja, dat doe ik graag. Ik heb een voorbeeld gegeven waarin we al met langere subsidietrajecten werken, zodat je met vaste of tijdelijke contracten kunt werken. Ik ben bereid om daarover te praten met iedereen die hier een rol in speelt. Dat zal ik ook doen. Dat zal ik in het sociaal overleg maar ook in het kabinet doen, en ik zal dit ook bij medeoverheden aan de orde stellen. Maar ik ben tegelijkertijd weer niet helemaal de baas van de medeoverheden, noch van het ministerie van VWS of andere ministeries die subsidies verstrekken. Ik probeerde mevrouw Ramsodit een toezegging te doen, maar ik geloof dat ik daar niet in geslaagd ben.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
Volgens mij bent u op 80% …
De voorzitter:
Mevrouw Ramsodit, tot slot.
Mevrouw Ramsodit (GroenLinks-PvdA):
O, sorry! Ik zei: volgens mij zit u op 80%. Misschien kunt u die toezegging concreter maken door te zeggen dat het niet alleen over subsidieverstrekking gaat, maar over alle manieren waarop er tijdelijke inzet van personeel is op basis van tijdelijke financiering. Dat reikt verder dan subsidieverstrekking. Dat was ook in mijn inbreng het geval.
Minister Vijlbrief:
Laat ik het antwoord "ja" geven, maar nogmaals, ik moet me niet overstretchen, want er gaat natuurlijk heel veel tijdelijk geld naar plekken … Maar laat maar even. Ik ga mijn best doen, ook op dit punt.
Brondocumenten
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 39, item 2
-
7 juli 2026
toezegging gedaan