Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.54 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):
Voorzitter, dank voor het woord. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid en voortvarendheid. Hoe kun je als medewetgever en volksvertegenwoordiger, en in het bijzonder als Eerste Kamerlid, voor het afschaffen van dwangsommen zijn? Voorzitter, ik zeg u eerlijk: ik heb daar wel wakker van gelegen. Dit zijn de feiten. COA en IND moeten hun werk beter kunnen doen dan nu. 37 miljoen is door de overheid besteed aan dwangsommen in 2024, 80 miljoen in 2025 en 300 miljoen in 2026. Dit systeem is onhoudbaar; dit middel schiet zijn doel voorbij. Dit is niet proportioneel.
Ik heb geworsteld met artikel 1 van de Grondwet: mensen moeten in gelijke gevallen gelijk worden behandeld, maar die uitgeprocedeerde asielzoeker heeft een andere situatie, een andere status, dan een Nederlander, die recht heeft op bijvoorbeeld een uitkering en die blijkbaar niet krijgt. Discriminatie is oneigenlijke uitsluiting. De IND telde vorig jaar diverse incidenten. Die werden door de VVD al genoemd, dus die ga ik niet herhalen. Hier iets aan doen is geen discriminatie. Het is niet in strijd met artikel 1 van onze Grondwet en ook niet met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het afschaffen van dwangsommen is ons inziens verenigbaar met deze voorstellen.
Een concreet verzoek. Ik zie in Utrecht, in Overvecht, als ik 's avonds de hond uitlaat, heel wat bergingen waar mensen verblijven. Het is een heel concreet voorbeeld. Nou ga ik niet zeggen dat daar specifiek altijd illegalen of uitgeprocedeerde asielzoekers wonen. Maar de wijkagent zegt tegen mij: Pim, ik kan niks doen; ik kan weinig. Ik doe via de voorzitter dus het verzoek om concreet een aantal specifieke maatregelen in te brengen, zodat zeker uitgeprocedeerde asielzoekers die te horen hebben gekregen dat ze over vier weken weg moeten zijn, een elektronische enkelband krijgen. Ook wil ik nog een paar andere maatregelen, om specifiek de terugkeerfrustreerders — dan heb ik het niet over kinderen van 14 jaar, maar over die terugkeerfrustreerders, specifiek veiligelanders — stevig aan te pakken. Dat zou vraag één zijn.
Dan nog een vraag over de spoor 2-migranten. Wij vinden dat migranten uit veilige landen — daar refereerde ik net aan: met name Syriërs, Marokkanen en Turken, en uitgeprocedeerde asielzoekers die niet meewerken — direct in vreemdelingendetentie moeten worden geplaatst om te voorkomen dat zij in de illegaliteit verdwijnen. Dit is niet in strijd met artikel 1 van onze Grondwet en ook niet met artikel 47 van het Handvest van de Europese Unie.
Voorzitter. Wij komen tot het oordeel dat er een rechtvaardigingsgrond is voor onderscheid, want de huidige dwangsommen verlammen de IND en het COA, in plaats van dat ze die stimuleren. Verlamming kan nooit een goed middel zijn in een rechtsstelsel. Strafrechtelijke opsluiting is dus mogelijk. Ik heb drie concrete vragen aan het kabinet. Eén: hoe staat het met de detentiecapaciteit? Die lijkt vooralsnog, ook als ik het debat volg, niet geheel op orde. Wil de minister zo vriendelijk zijn om in het bijzonder de specifieke leefomstandigheden en rechten van kinderen te respecteren? Dan denk ik bijvoorbeeld aan de gesloten gezinsvoorziening, de ggv, in Zeist. Vraag twee gaat over het overgangsrecht: hoelang, in hoeveel gevallen, wat zijn de kosten? Wij bepleiten geen pardonregeling. Dat hoeft volgens ons niet — daar refereerde ik net al aan — maar die is wel van belang, zeker als je mitigerende maatregelen wilt nemen, en daar lijkt het op, als ik u zo volg. Vraag drie: hoe haalbaar en handhaafbaar is deze juridische discussie in verband met de verenigbaarheid van deze wet met het VN-Kinderrechtenverdrag, dat wij toch hebben ondertekend?
Voorzitter. Als ik het zo hoor, denken wij dat deze minister goed bezig is en dat er wel wat vragen beantwoord kunnen worden. Wij verzoeken de minister dan ook om voortvarend te werk te gaan. Succes!
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering tot 15.30 uur.